Moes
‘Moes’ komt van moestuin. In onze permacultuur moestuin proberen we de natuur zoveel mogelijk na te bootsen en zijn gang te laten gaan. Dat begint al met de bodem: niet spitten, want dat verstoort het bodemleven. En dat leven in de bodem neemt ons heel wat werk uit handen.
Ook zorgen we dat de bodem altijd bedekt is (mulchen) met natuurlijk materiaal zoals gemaaid gras, bladeren, moestuin “afval” en hooi. Daar waar de bodem bedekt is groeit veel minder onkruid, de bodem droogt veel minder snel uit én alle bodembedekking is voeding voor de bodem. Het krioelt dan ook van het bodemleven in het MengelMoesBos!
Naast de eenjarige groenten staan er tweejarige groenten en vaste planten in de moestuin. Maar ook bloemen en fruitstruiken staan her en der verspreid. En zoals gezegd, geen rijtjes. In de natuur is immers ook niets recht.
We planten veel op golven (ronde lijnen) en alles lekker door elkaar. Zo helpen de planten elkaar bijvoorbeeld bij insecten bestrijding en geven planten elkaar schaduw of juist warmte/luwte. Iedere plant neemt uit de bodem wat hij nodig heeft en zo putten we de grond niet uit en hebben we weinig last van plagen. We verrijken de grond met compost vanuit onze composthoop, opgebouwd vanuit schijnbare afval uit de tuin en het voedselbos. Zo verdwijnen er geen kostbare grondstoffen van ons erf in de kliko. De echte veelvraten (zoals pompoenen, aardappelen en Yacon) krijgen goed verteerde paardenmest van onze eigen paarden. En heel eerlijk, deze drie soorten krijgen ieder jaar hun eigen vak. Vooruit dan maar!
Waar bij veel mensen de moestuin begint in de lente en eindigt in de herfst, eten wij het hele jaar uit de moestuin, dat is jaarrond genieten van heel veel lekkers!